groep 3 – op het strand

op het strand

  1. het is een warme dag.
  2. de zon straalt heerlijk.
  3. mam, pap en hun kinderen moos en sam zijn op het strand.
  4. ze zitten onder een rode parasol.
  5. moos graaft een diepe kuil.
  6. sam heeft een emmer, maar hij graaft geen kuil.
  7. hij stopt schelpen in zijn blauwe emmer.
  8. hij heeft wel twintig schelpen.
  9. mam schenkt koude appelsap in.
  10. “wie heeft er trek in broodjes?“ vraagt mam.
  11. ze hebben allemaal een beetje honger.
  12. dan zegt pap: “kom op, we gaan de zee in!”.
  13. met zijn vieren rennen ze het water in.
  14. dat is toch nog een beetje koud.
  15. een uurtje later koopt pap ijsjes voor het hele gezin.
  16. wat een prachtige dag is het toch!